Uit de jubileumuitgave 1977
75 jaar HBC – H. van Duuren – voorzitter
Vijfenzeventig jaar, wat een mijlpaal! Op deze respectabele leeftijd zouden we een vereniging als hoogbejaard kunnen beschouwen. Toch kunnen we met trots zeggen dat H.B.C. nog altijd jeugdig en springlevend is. In de afgelopen 75 jaar hebben we vele hoogtepunten gekend, maar ook tegenslagen. Steeds weer waren er H.B.C.-ers met de veerkracht om het werk, dat in 1902 door enkele idealistische enthousiastelingen werd gestart, voort te zetten.
Twee wereldoorlogen, een economische crisis en een periode van ongekende welvaart zijn ons niet ongemerkt voorbijgegaan. De eerste drie periodes werden gekenmerkt door beperkte tot geen middelen. Vooral inspraak en financiële mogelijkheden waren destijds onvoldoende. Toch versterkten deze moeilijke tijden de saamhorigheid en inzet binnen de vereniging. De huidige welvaart wordt door velen gezien als een periode waarin alles mogelijk is, waarin inspraak op alle niveaus wordt afgedwongen, maar waarin de bijbehorende verantwoordelijkheid helaas vaak wordt ontlopen.
Welvaart betekent ook dat men het financieel beter heeft. Sommigen interpreteren dit echter als een reden om sport financieel te laten compenseren, of om spelers op dubieuze wijze aan te trekken. Deze praktijken dreigen de voetbalsport te ondermijnen. Gelukkig heeft H.B.C. zich altijd duidelijk tegen dergelijke ontwikkelingen uitgesproken en zal dat ook in de toekomst blijven doen. Blijven we deze koers vasthouden, dan ben ik ervan overtuigd dat H.B.C. zich binnen afzienbare tijd zal nestelen in de hogere regionen van het echte amateurvoetbal.
Ik feliciteer alle H.B.C.-ers met dit prachtige jubileum en kijk samen met jullie uit naar de volgende mijlpaal: 100 jaar H.B.C.!
—
75 jaar HBC – G.J. Bouwmeester – voorzitter Sportraad H.B.C.
H.B.C. Voetbal 75 jaar! In het leven van een mens spreken we bij deze leeftijd van een bejaarde, maar dit geldt zeker niet voor H.B.C. De club straalt nog altijd jeugdig elan en vitaliteit uit. Driekwart eeuw na de oprichting blijft onze vereniging – de oudste in de regio – bloeien.
Op 29 oktober 1902 werd de club opgericht als ‘Voetbalclub Heemstede’. In 1917 fuseerde deze met Berkenrode en ontstond H.B.C. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft H.B.C. zich verder uitgebreid met diverse sportafdelingen, waaronder tafeltennis, volleybal, gymnastiek, klaverjassen, tennis, softbal en rugby. Al deze takken van sport vallen nog steeds onder de vertrouwde naam RKSV H.B.C., die met haar circa 1300 leden behoort tot de grote sportorganisaties van Nederland.
Dit jubileum is een feestelijke gelegenheid, maar ik wil toch een zorg uitspreken over de veranderende sportcultuur. Op de voetbalvelden neemt de agressie onder spelers toe, en het stijgende aantal disciplinaire sancties spreekt boekdelen. Gelukkig kunnen we stellen dat H.B.C. zich hier goed tegen weet te weren. Onze spelers houden het sportief en gezellig, en straffen zijn zeldzaam. Mijn wens is dat dit zo blijft en dat H.B.C. een lichtend voorbeeld blijft voor anderen.
Bij dit 75-jarig jubileum wil ik hulde brengen aan iedereen die door de jaren heen heeft bijgedragen aan het succes van onze vereniging. Bestuur en leden van H.B.C., van harte gefeliciteerd en op naar de toekomst!
—
75 jaar HBC – W. H. D. Quarles van Ufford – Burgemeester van Heemstede
Dit jubileum is een prachtige gelegenheid om herinneringen op te halen aan de oprichting, eerdere jubilea en de vele ‘ups en downs’ die een sportvereniging kent: promoties en degradaties, kampioenschappen en onverwachte verliezen. Een bijzonder hoogtepunt in de geschiedenis van H.B.C. was ongetwijfeld de realisatie van het eigen sportcomplex in 1958 – een unieke prestatie die zeker niet onvermeld mag blijven.
Maar niet alleen de prestaties van het eerste elftal bepalen de sfeer binnen de vereniging. De activiteiten binnen de jeugdafdeling, waarin zelfs de jongste talenten – de ‘minipups’ – een kans krijgen om actief te sporten, zijn minstens zo belangrijk.
Het gemeentebestuur van Heemstede heeft altijd waardering gehad voor de sportieve inspanningen en prestaties van H.B.C. Ik feliciteer bestuur en leden van harte met dit bijzondere jubileum en spreek de wens uit dat H.B.C. zijn aantrekkingskracht op de jeugd behoudt, zodat er nog vele jubilea mogen volgen.
—
75 jaar HBC – G.J. Willemse – Wethouder sportzaken
Het 75-jarig bestaan van H.B.C. is een moment om stil te staan bij de doelstellingen en taken van een sportvereniging, ook anno 1977. Dit jubileum is niet alleen een moment van bezinning, maar ook een reden voor een welverdiend feest.
Het is interessant om de sportvereniging van toen te vergelijken met die van nu. Waar H.B.C. ooit begon op een eenvoudig weiland zonder fatsoenlijke kleedkamers of kantine, beschikt de club nu over een modern sportcomplex met uitstekende faciliteiten. Wat echter nooit is veranderd, is de hechte verenigingsgeest, de inzet en het enthousiasme van leden en bestuurders die zich met hart en ziel inzetten voor de club.
Juist in deze tijd, waarin maatschappelijke ontwikkelingen en technologische vooruitgang de sociale banden veranderen, blijft het verenigingsleven van onschatbare waarde. Het biedt mensen een plek om samen te komen, om sport te beoefenen en om teamgeest en verdraagzaamheid te ontwikkelen. Dit is een grote verantwoordelijkheid voor bestuur, leiders en jeugdcoaches. Ik wil mijn grote waardering en respect uitspreken voor al diegenen die zich belangeloos inzetten voor H.B.C. en wens de club een schitterende toekomst toe.
—
Uit eigen ervaring mag ik dan zeggen, dat bij H.B.C, steeds getracht wordt deze kerndoelstellingen hoog te houden, ook al kost dit soms wel moeite.
Hier ligt ook een grote verantwoordelijkheid voor bestuur, leiders, jeugdleiders en ander kader. Graag wil ik hier getuigen van mijn zeer grote respect en waardering voor al deze mensen, die zoveel tijd en energie hieraan besteden, waarbij de dank soms nihil is.
Ik dacht dat dit ook de kracht van H.B.C, altijd is geweest in de afgelopen 75 jaar, hoe verschillend de tijden ook zijn geweest. Wat zeker gegroeid is in deze jaren: de algemene erkenning van de waarde van de sport in wijde kring.
Hierbij wil ik dan ook even aanstippen, dat ook vooral bij de overheid deze erkenning en waardering een grote rol is gaan spelen. Kijkt u maar eens naar de vele internationale, nationale en regionale organisaties van de sport in het algemeen en van voetbal in het bijzonder. Vele organisaties zouden zonder hulp van de overheid niet kunnen bestaan. Welk een prachtige accommodaties zijn er met behulp van de overheid en overheidsgelden niet tot stand gekomen. Met waardering wil ik hier dan ook gewag maken van de houding van ons Heemsteeds gemeentebestuur welke niet alleen voor eigen prachtige accommodaties heeft gezorgd maar ook H.B.C, steeds een morele maar vooral ook de laatste jaren een zeer belangrijke financiële steun verleent om de eigen prachtige accommodatie in stand te houden. Bestuur en kader van H.B.C, zijn hiervoor zeer erkentelijk. Van harte hoop en wens ik dat ook alle leden dit besef mogen hebben en met elkaar ervoor zullen waken dat hetgeen met zoveel zorg, moeite en veel opofferingen van zovelen tot stand is gebracht voor de toekomst mag worden behouden.
Ik ben er namelijk van overtuigd, ondanks de vele mogelijkheden die de jeugd tot ontspanning worden geboden, dat de sport een nog steeds grotere plaats zal gaan innemen. Ik hoop dat ook in de toekomst nog vele mensen gevonden mogen worden (ook al wordt dit moeilijker) die bereid zijn zich met veel idealisme en opoffering (’t is ook nog wel een beetje hobby) te blijven inzetten voor dit grote goed.
Met deze wens wil ik H.B.C. van harte feliciteren met dit grote jubileum en voor de volgende naar ik hoop nog zeer vele jaren alle succes toewensen.
—
75 jaar HBC – P. Kemp – Ere-voorzitter Sportraad
Drie kwart eeuw amateursport. Dit houdt in dat de achtereenvolgende bestuurders en leden van H.B.C, de gehele ontwikkeling van de sport in ons land hebben meegemaakt; van uitsluitend voetbal naar vele takken van sport, onder één organisatie: van voetballen op een simpel weiland naar een modern sportpark; van wassen in een bakje slootwater (eerst het kroos wegspoelen) naar een lekker warme douche; van opoffering van vrije tijd om werkzaamheden ten behoeve van de club te verrichten naar het als vanzelfsprekend beschouwen dat dit door betaalde krachten gebeurt; van… tot… er zou nog veel meer kunnen worden ingevuld. Waartoe dient het bovenstaande? Om ons, leden van H.B.C. 1977, te doen beseffen dat wij dankbaar en erkentelijk dienen te zijn voor wat er in de achter ons liggende 75 jaar voor de sportbeoefening in Heemstede is gedaan. Dankzij de activiteiten van onze voorgangers en het bij blijven van de bestuurders (dit laatste geldt ook vandaag nog) zijn wij in staat de gewenste sport te beoefenen. Laten wij dit als een voorrecht beschouwen!
—
75 jaar HBC – W.A.G.M. Meuleman – voorzitter K.N.V.B.
Nu uw vereniging voor een belangrijke mijlpaal in haar bestaan staat, wil ik gaarne met bewondering voor hetgeen is bereikt mijn hartelijke gelukwensen met dit jubileum kenbaar maken. Men kan het doel van een voetbalvereniging uit tweeërlei oogpunt bezien. Aan de ene kant wil men door gezamenlijke krachtsinspanning tot de successen komen, die men zich op de velden voor ogen stelt. Aan de andere kant echter wil men ook in een bepaalde gemeenschap hechte vriendschapsbanden smeden. Het een moet het andere aanvullen en ik ben ervan overtuigd dat uw vereniging in het verwezenlijken daarvan geslaagd is. Dat het in een tijd als deze, waarin allerlei belangrijke zaken de aandacht vragen, niet meevalt om een sportvereniging in goede banen te leiden en te houden, staat vast. Daarbij dienen de leiders van de vereniging zich voor ogen te houden dat zij niet alleen een sportieve, maar ook een opvoedende taak hebben te vervullen. In deze tijd van toenemende agressie, ook op de sportvelden, is het voor de clubleiders zaak de hoofden koel te houden. Hoezeer ook terecht mag worden gestreefd naar de grootst mogelijke successen, daarbij zal voorop moeten staan dat zij met sportieve middelen moeten worden bereikt. Met goed en aantrekkelijk spel, want dat geeft de spelers de meeste voldoening, maar daarbij altijd met inachtneming van de wetten der sportiviteit. De K.N.V.B. telt thans een aantal leden, dat het miljoen al aardig begint te benaderen. Algemeen beziet men voetbal als een zinvolle vrijetijdsbesteding. Uw vereniging heeft, zowel op het groene veld als achter de groene tafel, getoond het belang daarvan in te zien. Zij heeft daarmee een belangrijk aandeel geleverd in de positie die de voetbalsport thans in Nederland bezet. Gaarne hoop ik dat uw vereniging de ingeslagen weg zal blijven volgen. Ik wens u voor de toekomst in alle opzichten het grootst mogelijke succes toe.
—
75 jaar HBC – H. P. Duinker – voorzitter K.N.V.B. afdeling Haarlem
Aan het eind van dit jaar, om precies te zijn op 29 oktober, is het feestvieren geblazen bij H.B.C. Op die datum immers bestaat de Heemstede Berkenrode Combinatie 75 jaar; het behoort daarmede niet alleen tot de oudste generatie van voetbalverenigingen in de afdeling Haarlem maar het is tevens de oudste katholieke sportvereniging in ons land. Namens het bestuur van de K.N.V.B. afdeling Haarlem wil ik mij dan ook graag scharen in de ongetwijfeld lange rij van felicitaties welke u ter gelegenheid van dit jubileum zullen bereiken. Het stelt mij in staat dank en waardering uit te spreken voor het vele en belangeloze werk dat in zo’n lange reeks van jaren ten behoeve van de sport en vooral van de jeugd is verricht. Een van onze bekendste artisten heeft eens gezegd: „We leven in het tijdperk van vrouw Holle” en inderdaad als we om ons heen kijken heeft iedereen enorm veel haast en het ontzettend druk, overigens meestal met zich zelf… Het vieren van een jubileum is het aangewezen moment een ogenblik stil te staan bij hetgeen achter ons ligt en ons te bezinnen op de toekomst. Ook onze voetbalwereld is de laatste jaren in een stroomversnelling terecht gekomen waarbij lang niet alle ontwikkelingen tot tevredenheid stemmen, ja soms alle verhoudingen te buiten gaan en vaak leiden tot ernstige vormen van sportverdwazing. Steeds vaker staan prestaties primair en is men bereid daar veel, zo niet alles, voor op te offeren. Gelukkig kan gezegd worden dat H.B.C, hierop een gunstige uitzondering maakt. Natuurlijk wil men graag zo hoog mogelijk op de voet-balladder klimmen maar daarbij staat de spelende mens nog steeds centraal. H.B.C, is een gezonde goed geleide vereniging met een sterke jeugdafdeling en dit alles staat er borg voor dat men een goede toekomst tegemoet gaat. Daarom nogmaals van harte gefeliciteerd en veel succes in de toekomst.
—
75 jaar HBC – K. Athmer – ere-voorzitter
Driekwart eeuw oud worden is geen prestatie. Het gaat vanzelf. De tijd doet het werk. Vijfenzeventig jaar jong blijven dwingt echter respect af. H.B.C.-voetbal is daarin cum lande geslaagd. De tand des tijds heeft niet aan deze bloeiende vereniging geknaagd. Zij heeft niets van haar jeugdig elan verloren. De hoogste toppen van de Olympus heeft zij nooit beklommen. Gestreefd werd steeds naar een goede combinatie van zuiver amateuristische, gezonde prestatie-sport voor de eerzuchtigen en begaafden en gezelligheidsvoetbal voor jonge mensen met minder ambitie en aanleg. Voorop staat de aandacht en het werk voor de jeugd. In dit opzicht reikt H.B.C, wel tot Olympische hoogte en levert de Heemstede Berkenrode Combinatie een prestatie die van hogere orde is dan kampioenschappen en promoties. Moge onze vereniging nog tot in lengte van dagen op deze weg kunnen doorgaan.
—
75 jaar HBC – de rentmeesters – Bestuur Stichting Sportpark H.B.C.
Artikel 15 van de verenigingsstatuten luidt o.a.: het beheer en de exploitatie van de onroerende en roerende goederen behorende tot het sportcomplex van de vereniging is opgedragen aan de Stichting Sportpark H.B.C., tenzij hierover door de Sportraad anders wordt beslist. De stichting is aan de Sportraad verantwoording schuldig over het beheer en de exploitatie; zij is verplicht haar begroting tijdig vóór de aanvang van het verenigingsjaar ter goedkeuring aan de Sportraad voor te leggen. Dat is onze opdracht, waaraan wij tot nu toe twee jaar lang met veel plezier hebben gewerkt. Ons resten nog drie jaar van het vijfjarenplan tot renovatie en verbetering van terreinen en opstallen. Garanties kunnen wij niet geven maar als privé-omstandigheden en gezondheid het toelaten zal niemand van dit vijftal de komende drie jaar het stichtingsbestuur verlaten. We hebben dit in onze laatste vergadering eenstemmig besloten en schriftelijk vastgelegd. De voetballende H.B.C.-ers zijn de grootste gebruikers van onze accommodatie en dus onze voornaamste „broodgevers”. Met hen hebben we — hoewel onze wensen niet steeds parallel lopen — harmonisch mogen samenwerken. Met hen zullen we dan ook gaarne dit jubileum vieren. Proficiat bestuur, proficiat de tientallen commissie-leden en andere functionarissen en natuurlijk proficiat de honderden voetballende leden.
—
75 jaar HBC – de jeugdafdeling – Th. J. Nunnink
Als men je vraagt om voor dit jubileumnummer een stukje te schrijven over de jeugdafdeling van H.B.C., zeg je natuurlijk spontaan: „Ja”. Zelf ben je uiteindelijk al zo’n 25 jaar lid van deze vereniging en je herinnert je nog maar al te goed de tijd dat je de eerste stap op weg deed naar wat — voor jezelf — een voetbalcarrière moest worden. Maar als je dan voor een blanco vel papier zit, is het toch verdraaid moeilijk om juist over de jeugd die dingen te schrijven, die ook voor een ander „leesbaar” zijn. Ga ik mijn eigen voetballoopbaan na, dan is dat beslist niet die carrière geworden zoals ik die in mijn jeugd voor mij zag. Is het daarom minder? „Integendeel”, zou ik zeggen. Want ook al haal je die „top” dan niet, als het voetbal in je zit, laat het je toch niet meer los. Wat dat betreft is er eigenlijk weinig veranderd. Ook nu hopen ze (of hun ouders!) nog steeds ’n Cruyff of ’n van Hanegem te worden. Worden ze wat ouder dan verandert ook dat en blijft alleen het plezier nog gelden. De jeugd blijkt voor elke voetballer toch altijd nog de leukste tijd te zijn geweest.
Dat het H.B.C, als jeugdafdeling niet zo slecht afgaat moge misschien blijken uit een paar getallen: In het seizoen 1953-1954 had H.B.C. 140 jeugdleden die onder leiding stonden van 17 jeugdleiders. Nu hebben we meer dan 300 jeugdleden waarvoor meer dan 60 leiders klaarstaan en waarvan er ruim 50 aktief een elftal leiden. Vele leiders zijn als jongetje van een jaar of acht bij H.B.C, gekomen waaruit blijkt dat de band niet zo gauw vervaagt. De sfeer is anders geworden. Maar is ze daarom slechter? Toen ikzelf zo’n jaar of 14 geleden als jeugdleider begon, wist ik nog helemaal niet wat het allemaal inhield. Natuurlijk, je wilt met een elftal mee en je voelt je een hele piet wanneer je op een leeftijd van 20 jaar „jouw jongens” taktische aanwijzingen kan voorhouden (wat dat dan ook inhoudt). Nu weet je beter. Het belangrijkste voor een jeugdleider is: om te kunnen gaan met jongens. Als je dan het geluk hebt ook nog goede voetballers in je eltal te hebben, dan komen er misschien resultaten. De begeleiding van de jeugd in H.B.C. is een kwestie van samenwerking tussen bestuur, jeugdtrainers, hoofdleiders, jeugdleiders en jeugdkomtnissie. Klopt deze samenwerking, dan is dat de basis voor een goede sfeer en dat vind je altijd terug bij de jongens.
H.B.C. mag trots zijn op de mensen van het eerste uur die de jeugdafdeling 45 jaar geleden hebben opgericht. Namen noem ik niet want in al deze jaren, ook na hen, zijn er velen geweest die een belangrijke inbreng in de jeugdafdeling hebben gehad. Laat het voldoende zijn te weten, dat zonder hen de jeugdafdeling 5 jaar geleden niet de primeur had kunnen hebben om te starten met voetballertjes van 6 tot 8 jaar. Van deze „mini-pups” kunnen we ons nu nog geen le-elftalspelers voorstellen, als we een voorval van de hoofdleider, ook wel kunstmoeder genoemd, hier verhalen: Op het verzoek om de jongens op het H.B.C.-terrein te laten douchen werd ook door de mini’s positief gereageerd. Met uitpuilende tassen waarin alle attributen, tot zelfs een nagelschaartje toe, aanwezig waren, kwamen ze aanzeulen. Eenmaal onder de stralen staande begon de ellende: „Meneer, me moeder wast me altijd”, meneer, ik kan mijn washandje niet vasthouden”. In je zwembroek moest je door de stortbui heenrennen om ze allemaal in het sop te zetten. Met de handdoek in de hand en de onderbroek aan stonden ze onder de plens. Een was er, die bij het aankleden tot huilens toe weigerde zijn natte onderbroek uit te trekken. „Magnie van me moeder in mijn blote kont staan”. En daar bleef het bij. Wijdbeens, maar tevreden, ging hij naar huis!
Ik eindig dit stukje met een gedeelte van het jeugdlied dat op de vergadering van 9 oktober 1953 aan de jeugdleiders werd uitgedeeld. We horen het niet meer schallen helaas, maar het laat zien dat H.B.C. nog steeds H.B.C. is.
De wijs is: hoor de muzikanten
Onze sportvereniging
Past een huldelied
led’reen voelt trots in z’n hart
Die ’t verleden ziet
Wij, de jeugd van H.B.C.
Wensen vastvertrouwd
Dat een gloednieuw H.B.C.
Een gouden toekomst bouwt.
refr.:
Pak aan, werk mee, aan de bloei van H.B.C.
Waar de anderen voorwaarts gaan
Komen wij niet achteraan
Hoog de vlag voor H.B.C. in top
Wij moeten hogerop
Zo gaan wij met goede moed
D’ingeslagen weg
Nooit ontmoedigd, hoofd omhoog
Bij verlies en pech
In het leven is er meer
Dan slechts voetbalsport
Wie daarvan het doel ooit mist
Die komt het meest tekort.
–
75 jaar HBC – Portret van een uniek H.B.C.er – Jan van der Linden
Jan van der Lindens club- en voetballiefde gaat heel ver. Tweemaal werd op een competitiedag een dochter geboren. Gelukkig voor hem en H.B.C, kwamen zij in de ochtenduren ter wereld en speelde Jan — bevrijd van barens-zorgen — ’s middags rustig zijn wedstrijd. Beide keren grandioos. Eenmaal scoorde hij toen een rasechte hattrick. Geen wonder dat voorzitter Piet Kemp na de tweede keer opmerkte; „Ik wou dat je vrouw elke zondag een kind kreeg!” Het gesprek met onze huidige vice-voorzitter was een uiterst plezierige aangelegenheid. In zijn rustig gelegen woning aan de Rollandslaan in Overveen, waar de van der Lindens al 30 jaar domicilie hebben, met de fraai verzorgde tuin — het werk van de maestro himself — kwamen vele oude H.B.C.-jaren weer tot leven. Bovendien heeft Jan een schat van een vrouw, die het ons aan niets liet ontbreken en daar aanvulde waar Jan het ook niet zo precies meer wist. Johannes van der Linden werd geboren in Heemstede op 25 november 1918, twee weken nadat de kanonnen van wereldoorlog I waren verstomd. Zoon van Nico v. d. Linden, die zelf twee jaar later voorzitter werd van H.B.C, en dat bijna 10 jaar volhield.
Jans vader, waarvan hij zegt; „Hij is de man die ik in mijn leven het meest bewonderd heb”, was waarschijnlijk de meeste populaire Heemstedenaar van zijn tijd. Naast zijn werk in de bouw, raadslid, waarnemend wethouder en een sociale duizendpoot met talloze functies in het verenigingsleven. Pastoor Drost vertelde mij eens; „Toen ik in Heemstede was benoemd en op zekere dag de lijsten met namen van bestuursleden van verenigingen uit mijn parochie doornam moest ik vaststellen dat bijna alle Heemstedenaren v. d. Linden heetten. Later leerde ik ze kennen. Het bleek steeds dezelfde v. d. Linden te zijn.” Dat we Jan v. d. Linden uitkozen voor een portret en interview lag voor de hand. Zijn activiteiten in onze vereniging vormen een zelden voorkomend drieluik; 15 jaar speler in onze topploeg, waarvan 9 jaar als aanvoerder, 2 jaar trainer en tot nu toe 4 jaar op één na de hoogste in het bestuur. Hij is één van de weinige topspelers die na het beëindigen van de voetballoopbaan in een bestuursfunctie is teruggekeerd. Bij H.B.C, is het bijna traditie dat bestuurszetels worden ingenomen door mensen, die of als voetballer op de achtergrond bleven of zelfs helemaal nooit in verenigingsverband tegen een bal hebben getrapt.
Achterover hangend in zijn stoel mijmert Jan; „Mijn tijd als actief voetballer was de mooiste en de fijnste. De periode waarin ik H.B.C, heb getraind de moeilijkste.” Een uurtje later vertelde hij er meer over. Na drie jaar jeugdvoetbal van 1931 tot 1934 debuteerde hij in het eerste: thuis tegen Leonidas. Tussen die ontmoeting en de laatste in 1949 uit tegen Hillegom liggen een slordige 400 wedstrijden. Precies weet hij het ook niet meer. Er waren toen nog geen secretarissen zoals vandaag Jan Zwarter, die precies bijhoudt hoeveel en wanneer. Er waren ook geen cadeaus en toespraken bij de 100ste of 250ste wedstrijd.
Driemaal werd hij met zijn elftal kampioen; 1937, 1938 en 1948. Eenmaal deed hij met zijn ploeg een stap terug. In 1947 degradeerde H.B.C, naar de derde klas. „Dat zat er gewoon in”, vertelde Jan. „H.B.C. bevond zich in een phase waarin men van een besloten dorpsclub door doelbewust streven van mensen als Piet Kemp en Joop Athmer een open vereniging werd. Dit leidde in eerste instantie tot strubbelingen en teruglopende prestaties. Tegenstellingen tussen de „oude hap” en de nieuwkomers begeleidden het proces.”
Jan juicht overigens deze ontwikkeling toe. H.B.C, vormde zich tot een gezondere en minder kwetsbare organisatie. „We hebben er veel mee gewonnen”, zegt Jan. „Alleen is er een klein beetje clubliefde mee verloren gegaan.” „Mijn mooiste wedstrijd speelde ik in de R.K.F, tegen Volendam om het kampioenschap van Nederland. Het was in 1937, we wonnen met 6-1 en ik scoorde als rechts-binnen vier maal.” In de K.N.V.B. blijft voor hem onvergetelijk H.B.C.-E.D.O. in 1943. Een berewedstrijd met als resultaat 1-1. Wij misten net de boot en E.D.O. promoveerde luttele weken later naar de eerste klas. Onvergetelijk eveneens Ajax-H.B.C. in 1943 voor de K.N.V.B.-beker. Ruststand 0-0, eindstand 6-0 voor Ajax. Jans opponent in die ontmoeting: Rinus Michels! „We verloren dik maar namen ook een dikke zak met centen mee naar huis. We hadden een volle bak in de Meer en de recette werd gedeeld.” Jan droeg ook de kleuren van diverse representatieve elftallen; het voorlopig Nederlands R.K.F.-elftal, het bisdomelftal (voor de wedstrijd het Wilhelmus en „Aan U o Koning der Eeuwen”), het Haarlems elftal en als absoluut hoogtepunt het westelijk elftal met zijn ploegmakkers Ton Onland, Kick Smit en Jan v. Bakel en met mensen als Faas Wilkes en Piet Kraak.
Toch werd Jan zijn vereniging nog een jaar ontrouw. In 1937 leerde hij op een kampioensfeest Nel Snoeks kennen, die een vertegenwoordiging van T.Y.B.B. vergezelde. „Bij ons wat alles T.Y.B.B.”, vertelde Nel. In 1940 stapte Jan over naar de geel-zwarten. „C’etait 1’amour”. Hij zag zijn dwaling in en keerde na één seizoen terug in het oude nest. Hij trouwde echter wel met Nel en daar heeft hij wis en waarachtig nooit spijt van gehad. In 1949, op 31-jarige leeftijd kapte hij met voetballen. Trainer Rentenaar, een man waar hij nog steeds met groot respect over spreekt, adviseerde hem in 1947 trainer te worden. Twee jaar lang 5 avonden studie aan de sport-academie in Amsterdam. Zelfs op St. Nicolaasavond. In 1949 slaagde hij en was candidaat-oefenmeester en in het bezit van het hoogste nederlandse trainersdiploma. Via een applicatie-cursus kreeg hij in 1956 het recht semi-profclubs te trainen. Jan nam afscheid van H.B.G. en keerde pas in de zestiger jaren als trainer terug. Bijna een kwart eeuw trainer. „Ik was er bezeten van. Voor Nel een moeilijke tijd. Avond aan avond alleen. Ik trainde meestal twee clubs; een zaterdag- en een zondagvereniging. Ze heeft om in wielertermen te spreken veel moeten afzien.”
„Toch had ik er vrede mee” werpt Nel in het midden. „Tenslotte deed hij het ook voor ons. Jan was bankbediende en dat was in die tijd geen vetpot. We konden de extra’s goed gebruiken. Bovendien heeft zijn sportcarrière me ook veel vreugde bezorgd. Ik ging dolgraag mee toen hij nog speelde en nu hij vice-voorzitter is zal ik hem slechts als het niet anders kan alleen laten gaan.” Ondoenlijk alle clubs te vermelden waar Jan voor gewerkt heeft. Volstaan we met een kleine bloemlezing. Concordia Hillegom, dat hij van de H.V.B, naar de derde klas K.N.V.B. bracht. Hetzelfde bij N.A.S. in Halfweg. Met A.R.C, uit Alphen — spelend in de hoogste klas van het zaterdag-voetbal — behaalde hij de K.N.V.B.-beker. Verder trainde hij T.Y.B.B. en Kennemerland. Uitgerekend bij H.B.C, beleefde hij de enige degradatie. „H.B.C, was er op dat moment ook rijp voor. Misschien was ik ook teveel H.B.C.-er om de juiste man te zijn bij de club die me zo na aan het hart ligt.”
Hoe sterk zijn engagement was bleek uit zijn sigaretten-verbruik tijdens competitie-wedstrijden; voor een pakje draaide hij zijn hand niet om. Eens zagen we hem met de waterzak en een sigaret tussen de lippen het veld oprennen om een geblesseerde speler op te lappen! In 1972 zette hij een punt achter zijn trainersloopbaan en nam een jaar rust. Daarna smoesden we hem H.B.C, weer binnen en sindsdien hebben we aan Jan een eminente vice-voorzitter en hopelijk blijft hij nog jaren. Zo langzamerhand eindigt het portret van een veelzijdig sportman. Een onvolledig portret van een volledig mens. Er was en is veel H.B.C, in zijn leven. Want ook zijn enige zoon Nico speelde in ons eerste en droeg de aanvoerdersband tot een knieblessure een einde aan zijn carrière maakte. Schoonzoon Hans Böhm zien we nog steeds op onze velden en nog niet vermeld had ik de vele artikelen van zijn hand in ons clubblad.
Natuurlijk is er meer in zijn leven dan alleen H.B.C. Er is nog een gezin met vier kinderen, waarvan drie getrouwd. Er is nog een beroep: staflid van de hoofdboekhouding bij het oude Amsterdamse bankiershuis Theodoor Gilissen. Er zijn hobby’s zoals tuinieren en fietsen en niet te vergeten zijn grootste hobby: de kleinkinderen.
Nadat mijn bloknoot in het koffertje was opgeborgen haalden we nog urenlang oude H.B.C.- en andere koeien uit de sloot onder het nuttigen van datgene wat al zo vele jaren bij H.B.C, na wedstrijden schering en inslag is, als u snapt wat ik bedoel. Bedankt Nel en Jan, het was een kostelijke avond. – K. Athmer.
—
75 jaar HBC – B.H.C. Berkenrode-Heemstede-Combinatie
Jawel, als het aan voorzitter Gerrit, het grote blokstruikel, had gelegen, was H.B.C, nooit geboren. Een ferventer aanhanger van sportvereniging Berkenrode was in het jaar 1912 niet voorhanden. Om een voorbeeld uit het mouwtje te schudden; Gerrit had in die dagen ’n knots van een tuin, waar ieder rechtgeaard tuinier een paradijs van zou maken, zo echter niet Gerrit. Handwagens vol berkebomen werden er in gereden, waarvan de stammetjes door Gerrit hoogstpersoonlijk werden rood geschilderd. Deze daad werd door alle supporters van Berkenrode ijverig nagevolgd. Zij die piet in het bezit van een tuin waren, konden’ slechts met Kerstmis hun aanhankelijkheid betuigen, dan kwam er geen kerstboom in huis, maar prijkte de berk met een rode stam voor het venster. Het was één grote familie: de-rode-berken-aanhang.
Er gleed wel eens ’n Heemstede-supporter over de drempel, maar meer dan een slap bakkie koffie verscheen er niet op de dis, een koekje was er niet bij. Er was geen openlijke vijandschap tussen de rode berken en de Hemers, zoals de Heemstedenaren werden genoemd, maar de strijdbijlen lagen wel erg los in het handje. Vooral wanneer ze tegen elkaar moesten spelen, dan kwamen vooral de systemen in het geding. Bij Heemstede beschikte men over een COMPLIMENTEN trio, dat waren drie personen die voor de wedstrijd uit het publiek werden gehaald en aan de lange zijde bij de middellijn op brede stoelen mochten plaats nemen, waarna hen witte , handschoenen werden overhandigd. Indien een der Heemstede spelers ’n doelpunt had gemaakt, spoedde hij zich naar het trio bij de middellijn, dat inmiddels gewithandschoend overeind was gesprongen en in juichende bewoordingen de doel-puntmaker begon te prijzen, ondertussen handjes en schouderklopjes uitdelend. Kijk, dat systeem strookte geenszins met de opvatting die Berkenrode in praktijk bracht.
Als een speler uit het rode-berken-kamp scoorde, dan kwamen drie zeer hupse Berken schonen het veld op dartelen en begonnen eensgezind de schutter van knuffeltjes te voorzien, hetgeen effectiever bleek te zijn dan de Hemer-methode, want er werd bij Heemstede vaak een bal in eigen doel gepeerd, wetende dat ook dan de Berken-dames in actie kwamen zeer tot ongenoegen der Hemer-supporters die luidkeels „foei-foei” begonnen te roepen. Ook het voetbal tenue verschilde in uitvoering. De Heemstede-spelers trokken kousen en voetbalbroek aan, over de lange onderbroek, ter voorkoming van reumatiek in de dampkring! In tegenstelling tot Berkenrode, zij hadden stukken uit de lange onderbroek geknipt waardoor de blote knieën zichtbaar werden en veel meer vrouwelijk publiek werd aangetrokken.
De accommodatie voor de bezoekende club, was bij Heemstede echter beter. Na afloop der wedstrijd stonden er elf zinken emmers met warm water, plus een dot groene zeep gereed, opdat de bezoekers zich konden wassen. De scheidsrechter kreeg een eigen teiltje water, of moest, (naar gelang hij gefloten had) samen doen met de speler die het minst vuil was. Bij Berkenrode waren slechts pijlen aangebracht, waaronder de tekst: „NAAR DE SLOOT”. Het bestuur van de sportvereniging Heemstede bestond uit de voorzitter, secretaris, en de penningmeester, dus twee man, daar de secretaris tevens penningmeester was. Ze zaten tijdens vergaderingen gekneveld achter de bestuurstafel, niet vastgebonden door gebrek aan vertrouwen, maar ze waren beide in het trotse bezit van een grote, fraai gevormde en gepunte knevel ofwel snor.
Terzijde dient te worden opgemerkt, dat de lange snor van voorzitter Leo tijdens de oudjaars-bijeenkomst met hars werd bewerkt waarna Leo aan de verharde snor-punten twee kerstballen placht te hangen, wat voor de toezieners het sein was, om op te staan en het clublied aan te heffen. Menige traan werd dan geplengd, heerlijke momenten van saamhorigheid! Tijdens de open vergadering van 4 januari 1917 was er een vertegenwoordiger der s.v. Berkenrode binnen gewapperd die het woord „fusie” liet vallen, onder de naam B.H.C. Onmiddellijk waren er vier vergaderden, die bukten en het woord opraapten. Maar het voltallige Heemstede-bestuur was tegen de naam B.H.C. Berkenrode liet bij monde van de Haarlemse stadsomroeper weten de naam H.B.C, nooit te zullen accepteren. Edoch, het Berkenrode-bestuur had niet op de Vrijerslaan gerekend! Nu moeten we even uit de heesters doen, wat de Vrijerslaan impliceerde. Heemstede was in het jaar 1900 een (ook toen al) keurige gemeente, maar met een gering aantal inwoners waar, zij het niet persoonlijk, de toenmalige burgemeester wel eens verandering in wilde brengen. Hij liet daartoe de Vrijerslaan aanleggen, goed gesitueerd aan de grens met Haarlem. De grondleggers der laan waren stevig vrijende vrijgezellen, dus bij uitstek geschikt om er een romantisch geheel van te maken. Dicht beplant, bebankt en zeer bochtig, waardoor de bezoekers vrijuit aan hun verplichtingen konden voldoen.
En het was in die Vrijerslaan, dat de kiem werd gelegd tot het ontstaan van H.B.C. Ze waren er knus samen, Annie en Frits, dochter en zoon van respectievelijk Gerrit en Leo de beide voorzitters. De invloed van Annie op haar vader was zeer groot, waardoor hij uiteindelijk toestemming gaf dat na samengaan der beide verenigingen de nieuwe naam H.B.C. zou worden.
—
75 jaar HBC – De onvolledige geschiedenis
Eigenlijk hadden wij het bij dit “kort bestek” moeten laten. Het schrijven van het volledige verhaal van “H.B.C.”, terwijl we slechts enkele bladzijden in dit jubileumnummer mogen benutten, is een onmogelijke opgave. Er is simpelweg te veel gebeurd tussen 1902 en vandaag om volledig te kunnen zijn. Te veel namen van mensen die zich onschatbare verdiensten voor onze vereniging hebben verworven, moeten worden weggelaten. Te veel goede en sportieve daden blijven onvermeld. Veel sportplezier en ook sportverdriet zullen niet op papier tot leven komen, maar slechts voortbestaan in de herinneringen van onze leden.
We moeten ons beperken tot de zichtbare prestaties waarmee een vereniging aan de weg timmert. Daarmee doen we onbedoeld tekort aan het stille werk achter de schermen, en vooral aan datgene wat het fundament vormt van een gezonde vereniging: het werk voor de jeugd onder de 18 jaar. Hiervoor zetten tientallen mensen zich wekelijks honderden uren in. In dit stuk zullen zij te weinig aan bod komen, maar elders in dit boekje krijgen zij de aandacht die zij verdienen. Wij beperken ons hier noodgedwongen tot:
De onvolledige gesschiedenis
De eerste stappen
Het zou de geschiedenis geen recht doen om “Heemstede”, opgericht op 29 oktober 1902 en de voorloper van H.B.C., de eerste in Heemstede spelende voetbalvereniging te noemen. Die eer komt toe aan de oudste Nederlandse voetbalclub, de Koninklijke H.F.C., aangezien de Spanjaardslaan destijds tot het grondgebied van Heemstede behoorde. Toch was H.F.C. een specifiek Haarlemse vereniging, terwijl “Heemstede” de eerste echte Heemsteedse dorpsclub was.
Tien jaar later, op 1 augustus 1912, werd “Berkenrode” opgericht. Aanvankelijk actief in de plaatselijke bond, bereikte “Heemstede” tijdens de Eerste Wereldoorlog – de exacte datum is niet bekend – de derde klasse van de N.V.B. Het speelveld lag bij het molentje van Groenendaal en later verhuisde de club naar de Meerweg. “Berkenrode” was een katholieke vereniging en werd vooral bezocht door zonen van bollenkwekers en wasserijeigenaren uit de omgeving van de Blekersvaartweg. Hoewel opgericht tien jaar na “Heemstede”, bereikte “Berkenrode” al in 1915 de derde klasse van de N.V.B. De club speelde toen aan de Herenweg, op hetzelfde terrein waar later H.B.C. zijn thuishaven had tot de Duitse bezetters dit in 1943 in beslag namen en er een bunker bouwden.
Tegenstanders uit de beginjaren van “Berkenrode” waren onder andere Alphen, B.T.M., Purmersteyn, Togo, het oude A.C.C. uit Leiden, Rapiditas en natuurlijk “Heemstede”. De wedstrijden tussen deze twee clubs waren de hoogtepunten van het seizoen en werden met veel passie gespeeld. Prominente bestuursleden uit de begintijd van het Heemsteedse voetbal waren de Peeperkorns, de Moorens en Krieger (allen Berkenrode) en Th. v. d. Horst, N. J. v. d. Linden en W. Sorber van “Heemstede”. Bekende spelers waren onder meer Frans Kimman, Harry Ran, Frits en Jan Mooren, Bert en Co Peeperkorn en Piet van Houten (“Berkenrode”), terwijl “Heemstede” spelers kende als Harry Staal, Dorus v. d. Horst, Jan v. d. Vlugt en Barend Klashorst.
De fusie
Beide verenigingen hadden het zwaar in de laatste oorlogsjaren, mede door de mobilisatie. Een fusie leek de enige oplossing. Op 24 juli 1917 werd de samenvoeging beklonken. Op 12 juli 1920 kreeg H.B.C. het predicaat R.K., waarna de bisschoppelijke goedkeuring volgde. De koninklijke goedkeuring werd op 6 oktober 1921 verleend, ondertekend door minister Heemskerk.
Na de fusie speelde H.B.C. in de derde klasse van de N.V.B. tegen clubs als V.S.V., Stormvogels, R.C.H., Amstel en D.W.S. In 1918 moest de club na een nek-aan-nekrace met V.S.V. genoegen nemen met de tweede plaats. De prestaties liepen daarna iets terug, en in 1921 sloot H.B.C. zich met vijf elftallen aan bij de Katholieke Voetbalbond. In 1925 en 1926 werd het afdelingskampioenschap van de overgangsklasse, de hoogste afdeling in het westen, behaald.
Een van de bekendste spelers uit die tijd was Jan v. d. Vlugt, bijgenaamd “Rosamunde”. Hij stond bekend om zijn imposante gestalte en dodelijke schot, maar was tegelijkertijd zacht en goedaardig. Andere bekende spelers waren Fritz Mooren, Tinus van Deursen en Leo v. d. Vlugt, die de naam van H.B.C. ook internationaal op de kaart zetten. Daarnaast maakten de vier gebroeders Warmerdam en later Willem Toledo, Kees “Slinger” Ruygrok en Arie “Houtje” Martin furore. Arie Martin verdedigde op jeugdige leeftijd al de R.K.F.-kleuren tegen Duitsland op het Vitesseterrein in Arnhem in het seizoen 1931/1932.
Een moderne accommodatie
Het jaar 1932 was een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van H.B.C. Dankzij de steun van het kerkbestuur van St. Bavo, en in het bijzonder pastoor v. d. Tuyn, kreeg het H.B.C.-veld een nieuwe grasmat en afrastering. Aan de westzijde verrees een 50 meter lange overdekte tribune. In hetzelfde jaar zorgden J. Boot, Th. v. d. Horst en H. v. d. Vossen voor de bouw van een nieuw kleedlokaal, geheel in eigen beheer.
De vernieuwde accommodatie stimuleerde de ontwikkeling van de club. In het seizoen 1932/33 werden een gymnastiek- en een atletiekafdeling opgericht. Beide afdelingen kenden echter een moeizaam bestaan. De gymnastiekafdeling verdween na enkele jaren, en de atletiekafdeling ging tweemaal opnieuw van start, maar gaf uiteindelijk vlak voor de Tweede Wereldoorlog definitief de pijp aan Maarten.
In 1933 vonden op het vernieuwde terrein enkele grote sportevenementen plaats, zoals de nationale R.K.-atletiekkampioenschappen, grote turndemonstraties en een beslissingswedstrijd tussen Volendam en D.H.L. Dat jaar eindigde het eerste elftal van H.B.C. op de derde plaats in de westelijke eerste klasse, een prestatie van formaat.
Na crisis, jaren van succes
In het seizoen 1933/34 dreigde, naast een financiële crisis veroorzaakt door de heersende werkloosheid, ook een sportieve crisis. H.B.C. verloor wedstrijd na wedstrijd en in een poging de situatie te keren, werd een trainingscommissie opgericht. Deze commissie legde in korte tijd een degelijke financiële basis, waardoor de club in staat was om de voortreffelijke Engelse trainer Bill Yates aan te trekken. Yates verrichtte wonderen: het eerste elftal verloor geen enkele wedstrijd meer en sloot de competitie af met een klinkende 8-0 overwinning op Leonidas. Ook het tweede en derde elftal wisten zich via degradatiewedstrijden te handhaven, alleen het vierde elftal degradeerde.
Het seizoen daarop werd pas echt geoogst. H.B.C. I werd met grote overmacht kampioen, met een voorsprong van maar liefst negen punten op de nummer twee. In de strijd om het landskampioenschap wisselden de resultaten. In hetzelfde jaar werd aan de Herenweg de interland Nederland-België gespeeld. De organisatie was een groot succes: meer dan 5000 toeschouwers zagen een spannende wedstrijd die door Nederland met ruime cijfers werd gewonnen.
Op 1 oktober 1935 verscheen de eerste jaargang van het clubblad Weerklank, met Jan Boot als drijvende kracht achter de redactie en administratie. Boot is onlosmakelijk verbonden met H.B.C., niet alleen als redacteur, maar ook als bestuurslid en jarenlang betrokken bij Stichting Sportpark H.B.C.
In 1936 kon het clubblad geen melding maken van een nieuw kampioenschap, maar in het seizoen 1936/37 stond H.B.C. opnieuw bovenaan in de competitie West II, met een voorsprong van zeven punten op Spartaan uit Rotterdam. In de strijd om de landstitel kon het team, onder leiding van Willem Toledo, de verwachtingen niet volledig waarmaken. Het vertrek van trainer Bill Yates in dat jaar was een zwaar verlies. Toch wist H.B.C. in 1938 de kampioensreeks te voltooien. Ook de reserves en de A-junioren vierden successen, waarbij de junioren zelfs meer dan 100 doelpunten scoorden.
In het jaar waarin Nederland bij de oorlog betrokken raakte, behaalde H.B.C. zijn laatste titel in de katholieke bond. Een grote rol was weggelegd voor Kick Smit, oud-Haarlem-speler en internationaal, die als trainer-speler – een combinatie die in de K.N.V.B. niet, maar bij de katholieke bond wel was toegestaan – het team versterkte. Vanwege de oorlog werd de competitie om het landskampioenschap niet uitgespeeld.
Terug in de K.N.V.B.
Na de fusie van de drie voetbalbonden – een van de weinige positieve gevolgen van de bezetting – werd H.B.C. ingedeeld in de westelijke tweede klasse. In deze sterke competitie wist de club zich goed staande te houden. Het team uit de oorlogsjaren wordt door velen beschouwd als het sterkste elftal in de 75-jarige geschiedenis van de club. Spelers als Kick Smit, Ton Onland, Jan van Bakel, Jan van der Linden en Joop Martin kwamen regelmatig uit voor vertegenwoordigende elftallen.
H.B.C.’s eerste wedstrijd in K.N.V.B.-verband, uit tegen Hilversum, eindigde in een 5-4 overwinning. Ook in de rest van de competitie presteerden de Berkenroders uitstekend en eindigden zij als derde achter E.D.O. en H.V.C. (het huidige S.C. Amersfoort). Ook in de twee daaropvolgende seizoenen presteerde het team goed en eindigde respectievelijk als vijfde en derde.
De magere jaren
De oorlog eiste zijn tol. Veel leden werden gedwongen om in Duitsland te werken en de bezetters confisqueerden het terrein aan de Herenweg. H.B.C. vond onderdak op het Heemsteedse Sportpark. Ondanks dankbaarheid jegens het bestuur van het Sportpark en R.C.H. voor hun gastvrijheid, had het verlies van de eigen accommodatie een negatieve invloed op de clubcultuur. De unieke, dorpse sfeer van het terrein aan de Herenweg ging verloren en de band tussen bestuur en leden werd losser. De sportieve prestaties leden hieronder.
In het seizoen 1943/44 ontsnapte H.B.C. ternauwernood aan degradatie. In de nazomer van 1944, toen het oorlogsfront Nederland bereikte en het spoorwegpersoneel in staking ging, werd de competitie afgelast. Niet veel later werd het spelen van wedstrijden geheel verboden.
Na de bevrijding op 5 mei 1945 kon H.B.C. de balans opmaken. Er waren veel verliesposten, zowel materieel als menselijk. Rechtsbuiten Ben Genemans verloor op 12 februari 1945, kort voor de bevrijding, zijn leven door een Duits vuurpeloton. Ondanks de moeilijke omstandigheden en een tekort aan voetbalkleding en schoeisel, werd met dertien elftallen deelgenomen aan de competitie. Het eerste elftal, sterk verzwakt door het vertrek van spelers als Kick Smit, Ton Onland en Leo Bloemink, streed in de tweede klasse om lijfsbehoud. In 1946 lukte dat nog met de hulp van mentale training door Kick Smit, maar een jaar later eindigde H.B.C. kansloos op de laatste plaats en degradeerde.
Jaren van groei
In het degradatiejaar ontstonden twee nieuwe afdelingen binnen de club. Op 16 juni 1947 werd de afdeling tafeltennis opgericht, gevolgd door een gymnastiekafdeling een maand later. Beide afdelingen floreerden en bestaan nog steeds.
In september 1947 reisde een H.B.C.-combinatie, bestaande uit bijna het hele eerste elftal, naar Engeland in het kader van de sportuitwisseling tussen Heemstede en Leamington. De ploeg keerde terug met een 1-0 overwinning en een schat aan herinneringen.
In het seizoen 1947/48 probeerde H.B.C., onder leiding van trainer Rentenaar, tevergeefs promotie af te dwingen. Een hoogtepunt was de wedstrijd op 1 februari 1948 tegen het Leidse A.S.C., waarin H.B.C. voor 15.000 toeschouwers een 2-0 achterstand omboog in een 5-2 overwinning en het kampioenschap veiligstelde. Helaas bracht promotie niet het felbegeerde tweedeklasser-schap.
Het jaar 1950 was organisatorisch van groot belang. Er was een sterke wens om meer takken van sport aan te trekken, maar het bestuur voetbal kon deze uitbreiding niet alleen dragen. Geestelijk adviseur kapelaan Bakker en voorzitter Athmer pleitten voor een overkoepelend orgaan, en op 4 september 1950 werd de Sportraad opgericht. Deze bestond uit voorzitter Kemp, secretaris Steger, penningmeester Blank en de leden De Wildt en Weyers.
In hetzelfde jaar werd een dameshandbalafdeling opgericht, maar deze verdween uiteindelijk in 1975. De afdeling volleybal werd op 5 mei 1951 opgericht, gevolgd door een afdeling lawntennis. Beide vielen direct onder de Sportraad.
Na enkele magere jaren promoveerde H.B.C. in 1955 naar de tweede klasse. Dit gebeurde niet via een kampioenschap, maar door versterkte promotie bij de invoering van het betaalde voetbal in Nederland, waarbij H.B.C. een van de gelukkige clubs was.
Weer een eigen huis
Bij H.B.C. leefde al lange tijd de wens om weer een eigen thuisbasis te hebben. Deze gedachte werd vooral uitgewerkt door geestelijk adviseur kapelaan Bakker en Piet Kemp, voorzitter van de Sportraad. Zij zetten zich onvermoeibaar in en haalden donaties op, zowel binnen als buiten Nederland. Zelfs uit Amerika kwamen bijdragen. Het beginkapitaal werd verder aangevuld door een geslaagde beursspeculatie, waarbij het mogelijke verlies door enkele welgestelde, anonieme heren werd gedekt. Gelukkig werd het een winstgevende onderneming.
De benodigde grond werd tegen een vriendenprijs verkregen van het college Hageveld, waarna de bouw kon beginnen. Onder de initiatiefnemers voegden zich gaandeweg meer betrokkenen. Enkele prominente namen uit deze groep zijn G.J. Willemse (de huidige erevoorzitter en wethouder van Heemstede), Jan Boot, en de heren N. van Warmerdam, W. van Liempt, J.G. Nelis en A.W. van der Pol. Daarnaast hielpen vele enthousiaste leden mee aan de bouw van het nieuwe sportpark, terwijl diverse bedrijven materiaal beschikbaar stelden, soms geheel gratis of tegen een symbolisch bedrag.
De feestelijke opening van Sportpark H.B.C. vond plaats op zondag 24 augustus 1958. De dag begon met een plechtige mis op het terrein, opgedragen door mgr. J. Huibers, bisschop van Haarlem, gevolgd door een ontbijt voor alle senioren in de sportzaal. Daarna trok een optocht door de straten van Heemstede en werd het sportpark officieel geopend door burgemeester mr. A.G.A. Ridder van Rappard. De dag werd afgesloten met een grote sportmiddag en een grootschalige receptie.
De exploitatie van het sportpark kwam in handen van de Stichting Sportpark H.B.C., waarin Piet Kemp als voorzitter en G.J. Willemse als secretaris-penningmeester de leiding namen. Het oorspronkelijke stichtingsbestuur bleef aan tot 1975, waarna het collectief aftrad en werd onderscheiden met de gouden speld van verdienste. Het stokje werd toen overgedragen aan een jongere generatie. Hoewel het nieuwe complex een prachtige aanwinst was, leidde het niet direct tot betere sportieve prestaties. H.B.C. bevond zich vaker in de onderste regionen dan aan de top.
De zestiger jaren
De prestaties van het eerste elftal in de jaren zestig kenmerkten zich door wisselvalligheid. Vaak werd gevochten tegen degradatie, die uiteindelijk in het seizoen 1965/66 een feit werd. Er waren echter ook enkele positieve uitschieters. In het seizoen 1960/61 eindigde H.B.C. als solide middenmoter met 21 punten uit 24 wedstrijden. In 1963/64 kwam de ploeg na een sterke eindspurt slechts één punt tekort voor het kampioenschap, dat uiteindelijk door Hillegom werd gewonnen. In 1968/69 eindigde H.B.C. op een verdienstelijke derde plaats.
Hoewel talent in overvloed aanwezig was, ontbrak het de ploeg vaak aan mentale weerbaarheid. Diverse spelers werden geselecteerd voor het Haarlems K.N.V.B.-elftal, zoals H. Kors, de trefzekere spits Jaap Duivenvoorden, en later Jan Rotteveel en Paul Kemp. Keeper Jan van der Veldt maakte indruk in het Haarlemse jeugdelftal. Ondanks hun inspanningen slaagden diverse trainers er niet in om de mentale weerbaarheid van de spelers te verbeteren. Onder hen bevonden zich Bert Boeree, Broekman, Jan van der Linden, Turkenburg en Dirk de Wette, die ieder ongeveer twee jaar werkten met een getalenteerde kernploeg.
Een memorabel moment in deze periode was het jubileum van Siem de Reus, die in het seizoen 1960/61 zijn 350ste officiële wedstrijd voor H.B.C. speelde. Later evenaarde Jan Duindam dit record. Een andere naam die in deze periode niet onvermeld mag blijven, is die van Jo de Kok. Hij diende de club ruim twintig jaar als lid van de technische commissie, een van de moeilijkste commissies binnen de vereniging.
Terwijl het eerste elftal wisselende prestaties neerzette, bloeide de jeugdafdeling. Onder voorzitters als Kuypers en Katteler en secretarissen als Jan Snoeks en Theo Nunnink groeide de jeugdafdeling enorm. De introductie van pupillenvoetbal leidde tot een forse ledengroei: van 430 leden in 1960 naar 680 in 1968, het hoogste aantal ooit. Dit leidde tot tal van kampioenschappen, toernooizeges en interregionale successen voor de A-junioren, onder andere in 1962. Een belangrijke rol in deze successen speelde Arie van Bergen, destijds leider van het eerste elftal.
De H.B.C.-familie breidde zich in deze periode verder uit met drie nieuwe afdelingen. In 1960 werd de klaverjasafdeling opgericht, wat gezien het grote aantal klaverjassende voetballers geen verrassing was. In 1964 volgden de softbal- en honkbalafdeling. Helaas hield de honkbalafdeling het slechts tien jaar vol.
Aan het einde van het seizoen 1968/69 beleefde H.B.C. een bestuurscrisis. Zakelijke, niet persoonlijke meningsverschillen leidden tot het aftreden van het voltallige bestuur. Een commissie onder leiding van K. Athmer werd gevormd om de situatie te herstellen. Nog vóór de start van het nieuwe seizoen was er weer een volledig bestuur samengesteld.
H.B.C. van gisteren tot vandaag
De periode vanaf 1970 werd gekenmerkt door organisatorische en technische veranderingen. In het seizoen 1970/71 kreeg de Sportraad een nieuwe structuur. Het oude bestuur trad af en werd vervangen door een model waarbij de voorzitter, Gerard Bouwmeester, niet langer bestuurlijke bemoeienis had met een specifieke afdeling. De verschillende afdelingen werden in de Sportraad vertegenwoordigd door hun eigen voorzitters of plaatsvervangers.
Daarnaast werd in de jaren zeventig een begin gemaakt met sponsoring door het bedrijfsleven. Reclameborden verschenen langs het hoofdveld en in 1972 werd voor het eerst reclame geplaatst op de trainingspakken van de hoogste elftallen. Tijdens een bijzondere ledenvergadering op 26 april 1974 kreeg de vereniging nieuwe statuten, gevolgd door een gemoderniseerd huishoudelijk reglement.
Het jaar 1974 bracht ook letterlijk verlichting: na veel financieel puzzelwerk kon H.B.C. een nieuwe lichtinstallatie aanschaffen. Zoals eerder vermeld, trad in 1975 het oude stichtingsbestuur collectief af. Een nieuwe, verjongde ploeg – bestaande uit K. Athmer, J. Apon, A.A. van der Eem, J. Spann en mevrouw Roest – nam het roer over. Er was veel werk te verrichten, want 17 jaar financiële beperkingen hadden hun sporen nagelaten op het sportcomplex. Na vruchtbare gesprekken met gemeentelijke vertegenwoordigers, onder leiding van wethouder G. Willemse, kreeg H.B.C. uiteindelijk een aanzienlijke subsidie om de broodnodige verbeteringen door te voeren.






































